ECLI:NL:RBDHA:2022:12285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Frankrijk heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser stelde dat verweerder de bewijslast had om twijfel over indirect refoulement weg te nemen en overlegde een Franse rechterlijke uitspraak waarin het Rif-Damascus gebied als veilig werd beschouwd. De rechtbank stelt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Frankrijk gebonden is aan internationale mensenrechtenverdragen.
Er is een verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Frankrijk, waarbij Nederland een ruimer beschermingskader hanteert. Dit verschil leidt echter niet tot een tekortkoming in de Franse asielprocedure, omdat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft overgelegd dat de hoogste Franse rechter het Franse beleid afkeurt.
Ook de door eiser aangevoerde humanitaire omstandigheden, zoals het hebben van een broer in Nederland, zijn niet uitzonderlijk genoeg om een uitzondering op de overdracht te rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.