Uitspraak
[A]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiseres stelde dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot indirect refoulement vanwege verschillen in het beschermingsbeleid tussen Nederland en Frankrijk voor Somaliërs.
De rechtbank heeft onderzocht of het verschil in beleid een reëel risico op ernstige schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro oplevert. Hierbij is onder meer gekeken naar de beoordeling van de Franse autoriteiten, die het asielrelaas van eiseres ongeloofwaardig vonden en oordeelden dat er geen reëel risico op ernstige schade is bij uitzetting naar Somalië, mede omdat haar gezin in Mogadishu verblijft.
De rechtbank concludeert dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan Frankrijk zal leiden tot indirect refoulement. Ook is geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van haar asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Frankrijk wordt ongegrond verklaard.