ECLI:NL:RBDHA:2022:13453
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag op grond van arrest Chavez-Vilchez wegens ontbreken daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken
Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro, afgeleid van het verblijfsrecht van zijn minderjarige dochter, een Nederlandse Unieburger. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht, noch dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat het kind gedwongen zou worden de EU te verlaten zonder het verblijfsrecht van eiser.
Eiser stelde dat hij tot april 2021 bij zijn dochter en haar moeder woonde en voor haar zorgde, maar de rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde verklaringen onvoldoende objectief bewijs bevatten. Ook de aanvullende bewijsstukken, zoals een verklaring van een ambulant begeleider en een omgangsregeling, toonden geen structurele zorgrelatie aan. Fysieke contactmomenten sinds april 2021 waren minimaal en onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden uit het arrest Chavez-Vilchez voor daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken die verder gaan dan een marginaal karakter. Verweerder hoefde daarom geen nader onderzoek te doen naar de afhankelijkheidsrelatie. Ook het belang van het kind werd volgens de rechtbank juist toegepast door verweerder.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser hoeft geen griffierecht te betalen, maar krijgt dit ook niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt afgewezen.