ECLI:NL:RBDHA:2022:13772
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar verzoek tot naturalisatie af te wijzen. Dit besluit volgde op de intrekking van haar verblijfsvergunning vanwege het achterhouden van gegevens. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of eiseres aan de wettelijke vereisten voor naturalisatie voldeed.
De rechtbank constateert dat eiseres op het moment van beoordeling niet beschikte over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wat een vereiste is voor naturalisatie. Eiseres voerde aan dat de weigering onevenredig was en dat er bijzondere omstandigheden bestonden, waaronder het niet melden van een wijziging in de aandelenstructuur van haar werkgever. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te wijken van de wettelijke vereisten.
Daarnaast is gewezen op eerdere uitspraken van de hoogste bestuursrechter die bevestigen dat de wet en het beleid geen verplichting tot aanhouding van de naturalisatieprocedure geven. De rechtbank concludeert dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een afwijking rechtvaardigen en verklaart het beroep ongegrond.
De kosten van de procedure worden niet aan eiseres vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.