ECLI:NL:RBDHA:2022:13782
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken risico op schending artikel 3 EVRM in Jordanië
Eiser, een staatloze geboren in 1982, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eerder waren soortgelijke aanvragen van eiser en zijn echtgenote reeds afgewezen en ongegrond verklaard door de hoogste bestuursrechter.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en beoordeelt dat eiser niet valt onder de uitsluitingsgrond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij niet kort vóór de aanvraag daadwerkelijk bijstand van UNRWA heeft ontvangen. De rechtbank volgt daarmee de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en wijkt niet af van eerdere uitspraken.
Verder vindt de rechtbank dat de Staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van de door eiser opgevoerde bedreigingen door zijn voormalig advocaat en diens stam heeft betwijfeld, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en summiere informatie over stammenbijeenkomsten en wapenstilstand. Ook is geen onderzoek naar authenticiteit van documenten vereist.
Ten aanzien van het risico bij terugkeer naar Jordanië oordeelt de rechtbank dat eiser geen reëel risico loopt op onmenselijke behandeling op grond van zijn Palestijnse afkomst. Hoewel enige discriminatie is erkend, is niet gebleken dat dit hem sociaal-maatschappelijk beperkt. Algemene rapporten bieden onvoldoende aanknopingspunten voor een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Ook de stelling dat eiser een discriminatoire gevangenisstraf wacht wegens alimentatieproblemen wordt verworpen. De rechtbank acht het niet relevant of eiser feitelijk toegang tot Jordanië zal krijgen bij terugkeer. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.