ECLI:NL:RBDHA:2022:14583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije onder Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 18 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij eerder in Bulgarije een asielaanvraag had gedaan die was afgewezen. Nederland verzocht Bulgarije om zijn terugname, wat werd geaccepteerd. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk is.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege stelselmatige pushbacks en gebreken in het Bulgaarse asiel- en opvangsysteem. Hij verwees naar diverse rechtbankuitspraken en rapporten. De rechtbank oordeelde dat hoewel pushbacks in Bulgarije op grote schaal voorkomen, eiser onvoldoende concrete aanwijzingen gaf dat hij als Dublinclaimant een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht.
Daarnaast stelde eiser dat er een fundamenteel verschil is in beschermingsbeleid tussen Bulgarije en Nederland ten aanzien van Syriërs, wat indirect refoulement zou kunnen veroorzaken. De rechtbank vond dat eiser geen concrete bewijsstukken overlegde dat de Bulgaarse rechter hem niet zou beschermen tegen refoulement. Ook werd overwogen dat eiser geen beroep had ingesteld tegen de Bulgaarse afwijzing.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.