ECLI:NL:RBDHA:2022:2122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting marginaal zelfstandige
Eiseres, een marginaal zelfstandige schoonheidsspecialiste, ontving bijstand en werd door verweerder onderzocht vanwege vermoedens van onvolledige inkomstenopgave. Verweerder stelde vast dat eiseres niet tijdig en volledig had voldaan aan haar inlichtingenverplichting en dat haar administratie onvolledig en onvoldoende betrouwbaar was om het recht op bijstand vast te stellen.
Eiseres voerde aan dat zij met hulp van haar boekhouder een gecorrigeerde administratie had overlegd en dat zij openheid van zaken had gegeven. Zij betwistte de onjuistheden in haar kasboek en stelde dat de terugvordering onevenredig was. De rechtbank oordeelde echter dat er contante betalingen en behandelingen niet in de administratie waren opgenomen, waardoor de omvang van haar werkzaamheden onduidelijk bleef.
Verweerder was daarom bevoegd het recht op bijstand te herzien en het bedrag van € 12.805,82 terug te vorderen. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht op bijstand had over de periode 2019. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering en het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van € 12.805,82 bijstand wordt ongegrond verklaard.