ECLI:NL:RBDHA:2022:3713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens toepassing kostendelersnorm na rechtmatig huisbezoek
Eisers ontvingen bijstand en verweerder herzag de uitkering over de periode 22 december 2018 tot en met 31 december 2019 vanwege vermoedens dat de zoon van eisers bij hen woonde, waardoor de kostendelersnorm van toepassing zou zijn. Na een administratief onderzoek en 18 waarnemingen bij het uitkeringsadres, volgde een onaangekondigd huisbezoek waarbij eiser toestemming gaf voor binnentreden. Tijdens dit bezoek verklaarden eiser en zijn zoon dat de zoon bij hen woonde.
Eisers stelden dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege gebrek aan redelijke grond, schending van subsidiariteit en proportionaliteit, en dat er geen sprake was van informed consent. De rechtbank oordeelde dat verweerder op grond van concrete feiten en omstandigheden redelijkerwijs mocht twijfelen aan de juistheid van de verstrekte informatie en dat het huisbezoek daarom gerechtvaardigd was. Ook was voldaan aan de vereisten van informed consent, ondanks taalbarrières.
De rechtbank vond het bewijs, waaronder de verklaring van de zoon tijdens het huisbezoek en de waarnemingen van zijn auto, voldoende om te concluderen dat de zoon zijn hoofdverblijf bij eisers had. Eisers hadden de inlichtingenverplichting geschonden door dit niet te melden. Verweerder was daarom bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de herziening en terugvordering van bijstand wegens toepassing van de kostendelersnorm wordt ongegrond verklaard.