ECLI:NL:RBDHA:2022:3845
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning billijke vergoeding na onregelmatig ontslag zonder dringende reden
De werknemer trad in april 2020 in dienst bij de werkgever, een Poolse supermarkt, op basis van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Op 6 oktober 2021 ontving de werknemer per e-mail een brief waarin de werkgever het contract per direct wilde beëindigen zonder geldige dringende reden. De werknemer berustte uiteindelijk in het einde van de arbeidsovereenkomst, maar maakte aanspraak op een billijke vergoeding, transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en achterstallig loon.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging onregelmatig was en zonder geldige dringende reden had plaatsgevonden, wat ernstig verwijtbaar was aan de werkgever. De billijke vergoeding werd vastgesteld op € 3.560,26 bruto, gelijk aan twee maanden salaris, mede rekening houdend met de transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding die eveneens werden toegekend. Daarnaast werd het achterstallige salaris over diverse maanden toegewezen, met een wettelijke verhoging.
Verzoeken tot betaling van advocaatkosten en een aanvullende eindafrekening werden afgewezen. De kantonrechter bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding, transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en achterstallig loon aan de werknemer.