ECLI:NL:RBDHA:2022:4269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde niet in strijd met artikel 8 EVRM
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 1 juni 2015 vanwege ernstige strafrechtelijke veroordelingen, waaronder een onherroepelijke gevangenisstraf in België voor drugshandel. Verweerder stelde dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde en dat intrekking niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar een beschermenswaardig privéleven in Nederland heeft, maar dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt waarbij het zwaarwegende algemeen belang bij vertrek zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser. De aard, ernst en voortzetting van misdrijven, waaronder een leidinggevende rol in een drugshandelbende, rechtvaardigen de intrekking.
Verder werd vastgesteld dat eiser sterke familiebanden heeft, maar geen regulier bestaan heeft opgebouwd en dat hij zich in Marokko kan handhaven. Het beroep werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd verweerder en de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van in totaal €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten voor het schadevergoedingsverzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en verweerder en de Staat worden veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.