ECLI:NL:RBDHA:2022:6585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op asielaanvraag met oplegging termijn voor besluit
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag, welke zes maanden beslistermijn kent. De staatssecretaris heeft geen besluit genomen binnen deze termijn en is rechtsgeldig in gebreke gesteld. Het beroep is daarom kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, conform het 8+8-wekenmodel, mede vanwege lopend feitenonderzoek naar de situatie van statushouders in Griekenland. Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is en de rechtbank oordeelt dat deze wet niet onverbindend is.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan eiser, vastgesteld op €379,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.