Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- draagt verweerder op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser ontving tussen april en december 2019 een bijstandsuitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag herzag het recht op bijstand en vorderde een deel terug, omdat eiser niet had gemeld dat derden geld op zijn bankrekening stortten. Eiser voerde aan dat deze bedragen leningen waren en dat hij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen dat zijn uitkering zou doorlopen.
De rechtbank oordeelt dat de stortingen en bijschrijvingen als inkomen moeten worden aangemerkt, ongeacht de aard van de bedragen als lening. Eiser heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door deze niet te melden. Het college mocht daarom de bijstand herzien en terugvorderen voor de maanden waarin het inkomen de norm overschreed.
Voor de maanden juni, augustus, oktober en december 2019 is de motivering van het college onvoldoende, omdat niet is onderzocht of eiser op basis van zijn vermogen recht had op bijstand. De rechtbank geeft het college de gelegenheid dit gebrek te herstellen binnen zes weken. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft het college zes weken om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.