Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 27 februari 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot 28 april 2023 bevestigd, maar beoordeelt thans de periode vanaf die datum.
De rechtbank constateert dat het vooronderzoek niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van een week na ontvangst van het beroepschrift (16 juni 2023) is gesloten, maar pas op 7 juli 2023. Deze overschrijding is volledig aan de rechtbank toe te rekenen en leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring vanaf 24 juni 2023.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt. Eiser werkt onvoldoende mee aan zijn uitzetting, waardoor de langere duur van de bewaring voor zijn eigen rekening komt. De maatregel is daarom onrechtmatig vanaf 24 juni 2023 en wordt per direct opgeheven.
De rechtbank kent een schadevergoeding toe van €1.700,- voor zeventien dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €837,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, de maatregel van bewaring is opgeheven met ingang van 24 juni 2023 en er is een schadevergoeding van €1.700,- toegekend.