ECLI:NL:RBDHA:2023:11298
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking verblijfsvergunning
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van 30 juni 2022 waarbij haar verblijfsvergunning voor verblijf als familie- of gezinslid werd ingetrokken met ingang van 4 augustus 2021. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend. Eiseres stelde dat het besluit pas op 8 februari 2023 bekend werd gemaakt via haar gemachtigde en dat het besluit niet naar het juiste adres was verzonden.
De rechtbank oordeelt dat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt door toezending aan het laatst bekende adres van eiseres op 1 juli 2022, zoals blijkt uit de verzendadministratie van het bestuursorgaan. Het niet ontvangen van de brief door eiseres kan haar worden toegerekend, mede omdat zij geen wijziging van adres tijdig heeft doorgegeven. De rechtbank wijst het betoog af dat het besluit aan de gemachtigde had moeten worden verzonden.
Verder overweegt de rechtbank dat inhoudelijke bezwaren over de uitschrijving uit de Basisregistratie personen niet relevant zijn voor de ontvankelijkheid van het bezwaar. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard omdat het besluit tijdig en rechtsgeldig is bekendgemaakt.