ECLI:NL:RBDHA:2023:12209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens gevaar voor de openbare orde
Eiser, een Turkse onderdaan die sinds 1990 in Nederland verblijft, kreeg zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken vanwege meervoudige veroordelingen, waaronder gewelds- en drugsdelicten. Verweerder stelde dat eiser een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde en dat de intrekking proportioneel is.
Eiser voerde aan dat de aanscherping van artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit in strijd is met de standstillbepaling van Besluit 1/80 en dat zijn langdurige verblijf en geworteldheid in Nederland een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigen. De rechtbank volgde deze argumenten niet, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 9 februari 2023, waarin is bevestigd dat de aanscherping een nieuwe beperking vormt die gerechtvaardigd kan zijn op grond van artikel 14 van Pro Besluit 1/80.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking geschikt is om de openbare orde te beschermen en niet verder gaat dan noodzakelijk. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt, waarbij ook rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser en zijn familie. De belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit, mede vanwege zijn recidive en beperkte banden met Turkije.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.