ECLI:NL:RBDHA:2023:14145
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overweegt dat Nederland op grond van de Dublinverordening Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen en dat Duitsland het verzoek tot terugname heeft aanvaard. De eiser heeft aangevoerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege slechte opvang en medicatievoorziening in Duitsland, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt met bewijs of documenten.
Verder stelt de rechtbank vast dat Duitsland de asielaanvraag van eiser zal behandelen conform Europese richtlijnen en dat er geen aanwijzingen zijn voor systematische gebreken of risico op indirecte refoulement. De rechtbank oordeelt ook dat de wijze van overdracht aan Duitsland in lijn is met de Uitvoeringsverordening en dat er geen sprake is van onevenredige hardheid volgens artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.