Eiseres, die sinds 2019 arbeidsongeschikt is wegens psychische en lichamelijke klachten, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35%, vastgesteld door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en begrijpelijk is uitgevoerd, waarbij de psychische beperkingen adequaat zijn vastgesteld en de lichamelijke klachten, waaronder eczeem en allergieën, juist zijn meegewogen. De door eiseres aangevoerde aanvullende medische informatie leidt niet tot een andere beoordeling.
De arbeidsdeskundige bevestigt dat de geselecteerde functies passend zijn en voldoende actueel, ondanks de COVID-19-gerelateerde tijdelijke verlenging van de geldigheidsduur. De berekening van het maatmanloon is correct en berust op een juiste methodiek.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende arbeidskundige onderbouwing bevatte, wordt dit gebrek gepasseerd omdat het besluit met gelijke uitkomst zou zijn genomen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.