ECLI:NL:RBDHA:2023:14805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beslissing WIA-uitkering zonder nieuwe feiten
Eiser ontvangt een WIA-uitkering en is daarnaast werkzaam. De uitkering wordt verrekend met zijn arbeidsinkomsten. Verweerder heeft bij een primair besluit bepaald niet terug te komen op eerdere beslissingen over de hoogte van de WIA-uitkering over diverse maanden in 2014, 2015 en 2016. Eiser betoogt dat verweerder onjuist heeft gehandeld door niet het volledige opgebouwd extra periodiek salaris (EPS) in mindering te brengen en stelt dat er nieuwe feiten en omstandigheden zijn, waaronder wetswijzigingen en beleidsbrieven.
Verweerder stelt dat de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds in eerdere procedures aan de orde zijn geweest en dat de nieuwsbrief loonheffingen 2022 pas na de relevante periode geldt. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft eerder geoordeeld dat er geen aanleiding is om de eerdere beslissingen te herzien. De rechtbank bevestigt dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het verzoek van eiser heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 18 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op de eerdere beslissingen over de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.