ECLI:NL:RBDHA:2023:15483
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ontoereikende opvangvoorzieningen in Cyprus bij Dublinoverdracht
Eiser, een Somalische asielzoeker, verzocht Nederland om een verblijfsvergunning nadat hij drie jaar in Cyprus had gewacht op een beslissing en daar onder erbarmelijke omstandigheden leefde. De staatssecretaris nam zijn aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Cyprus verantwoordelijk werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat Cyprus onvoldoende opvangvoorzieningen biedt, zoals blijkt uit het recente AIDA-rapport 2022. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Cyprus een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege ontoereikende opvangvoorzieningen in Cyprus.