ECLI:NL:RBDHA:2023:16598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv-afwijzing wegens onvoldoende onderzoek familierechtelijke relatie
Eiser, een Eritrese minderjarige, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid van zijn halfbroer, die in Nederland verblijft. Verweerder wees dit verzoek af vanwege onvoldoende aannemelijk gemaakte identiteit en het ontbreken van een door eisers moeder ondertekende toestemmingsverklaring voor zijn vertrek naar Nederland.
Eiser betwistte dit en leverde aanvullende documenten aan, waaronder een kopie van een doopakte en identiteitskaart van zijn gestelde moeder, en stelde dat het DNA-onderzoek op de Nederlandse ambassade in Ethiopië onuitvoerbaar en onredelijk was vanwege veiligheidsrisico’s en de weigering van zijn moeder om Eritrea te verlaten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar alternatieve methoden om de familierechtelijke relatie vast te stellen, zoals het horen van de vader of het faciliteren van DNA-onderzoek in Eritrea via een andere EU-lidstaat. Het aanbod van DNA-onderzoek in Ethiopië was voor de moeder onevenredig belastend en onredelijk.
Daarom was de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro niet zorgvuldig en niet deugdelijk gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit niet in stand kon blijven. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat verweerder onvoldoende onderzoek deed naar de familierechtelijke relatie en onredelijke eisen stelde aan DNA-onderzoek.