ECLI:NL:RBDHA:2023:18279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen invordering dwangsom wegens huisvesting arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan
Eiser, eigenaar van een pand dat als hotel bestemd is, gebruikte dit pand voor de huisvesting van arbeidsmigranten, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder legde op 16 september 2020 een last onder dwangsom op om dit gebruik te beëindigen, met een begunstigingstermijn tot 15 oktober 2020. Eiser maakte bezwaar en verzocht om schorsing, waarna de voorzieningenrechter het besluit tijdelijk schorste tot de uitspraak op 17 november 2020.
Na deze uitspraak is geconstateerd dat het pand nog steeds werd gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten, waardoor de dwangsom van €50.000,- verbeurd was. Verweerder vorderde deze dwangsom in, wat tot het bestreden besluit leidde. Eiser stelde dat hij na de uitspraak van de voorzieningenrechter nog een nieuwe termijn van vier weken had om aan de last te voldoen, wat de rechtbank verwierp omdat de begunstigingstermijn niet was verlengd.
De rechtbank overwoog dat de begunstigingstermijn tot 15 oktober 2020 liep en ondanks de tijdelijke schorsing bleef deze termijn ongewijzigd. Het feit dat op 7 december 2020 nog arbeidsmigranten aanwezig waren, betekent dat niet aan de last was voldaan en de dwangsom terecht is verbeurd. Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte het volledige bedrag invorderde, maar de rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van invordering af te zien.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 20 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom is ongegrond verklaard en de dwangsom terecht ingevorderd.