Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
1heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, geoordeeld dat de afwijzing van eisers asielaanvraag terecht is, maar dat eisers beroep tegen het niet verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw gegrond is. Met deze uitspraak is de afwijzing van eisers asielaanvraag vast komen te staan. Op 17 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een nieuw besluit genomen over de verlening aan eiser van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw en dit weer afgewezen. Vervolgens heeft verweerder eiser in de brief van 2 september 2021 bericht dat zijn opvang op 15 september 2021 wordt beëindigd.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank allereerst of eiser tegen deze brief beroep kon instellen bij de bestuursrechter en de rechtbank bevoegd is van dat beroep kennis te nemen.
Het oordeel van de rechtbank
De brief is, anders dan eiser heeft gesteld, evenmin een - rechtens relevante - met een beschikking gelijkgestelde handeling in de zin van artikel 5, tweede lid, van de Wet COa. Het rechtsgevolg waarvan verweerder in zijn brief mededeling heeft gedaan, was immers al ontstaan met het besluit van de staatssecretaris van 17 augustus 2021.
2In de zaak waarover deze uitspraak gaat, had verweerder onverplicht en zonder juridische grond daarvoor, een vreemdeling gedurende veertien maanden verstrekkingen verleend. De Afdeling maakt uit de gang van zaken op dat verweerder kennelijk een herbeoordeling van de verstrekkingen van de vreemdeling heeft gedaan. Onder die omstandigheden merkt de Afdeling de mededeling van verweerder dat hij de verstrekkingen zal beëindigen aan als een handeling van verweerder ten aanzien van de vreemdeling als zodanig, verricht in het kader van de beëindiging van de verstrekkingen bij of krachtens de Wet COa, en dus als een met een beschikking gelijk te stellen feitelijke handeling in de zin van artikel 5, tweede lid, van de Wet COa.
In het geval van eiser is echter geen sprake van een vergelijkbare gang van zaken. Verweerder heeft eiser er alleen op gewezen dat zijn opvang op 15 september 2021 wordt beëindigd als gevolg van het besluit van de staatssecretaris van 17 augustus 2021, waarin de verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw is afgewezen. Een eigen herbeoordeling van verweerder van de verstrekkingen van eiser is daaraan niet te pas gekomen.
3
4Op het verzoek naast zijn beroep tegen verweerders brief van 2 september 2021 is de voorziening getroffen dat hem opvang of verstrekkingen moeten worden verleend totdat de rechtbank heeft beslist op het beroep.
5Verweerder heeft ter zitting verklaard dat hij de volgende gedragslijn hanteert:
‘Het is mogelijk dat de vreemdeling bezwaar of beroep aantekent tegen een afwijzend besluit op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Ook kan de vreemdeling hoger beroep instellen tegen een uitspraak van de rechtbank. Wanneer hij of zij gelijktijdig een verzoek om een voorlopige voorziening indient om in afwachting van dat rechtsmiddel opvang te verkrijgen, kan de rechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe- of afwijzen. Het indienen van dit verzoek om een voorlopige voorziening geeft geen recht op opvang. Dit kan alleen als de vreemdeling verzoekt dat hij wordt behandeld als ware hem uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Het is ook noodzakelijk dat de IND zich niet verzet tegen het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening, en dat in het dictum van de uitspraak van de voorzieningenrechter is opgenomen dat de vreemdeling moet worden behandeld als ware hem uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw.’
a .de asielzoeker als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d van deze regeling;
(…)