ECLI:NL:RBDHA:2023:18916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiser is op 25 juli 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2023 behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank toetst alleen de periode sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 20 oktober 2023. Eiser betoogt dat zijn identiteit en nationaliteit vaststaan en dat er geen zicht is op uitzetting, mede omdat de Marokkaanse autoriteiten geen match vonden op zijn vingerafdrukken en er volgens hem lichtere middelen mogelijk zijn. Verweerder stelt dat de identiteit nog niet is vastgesteld, dat eiser onvoldoende meewerkt en dat er wel degelijk zicht is op uitzetting.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen originele documenten van de Marokkaanse autoriteiten heeft overgelegd en dat de registratie in Duitsland niet voldoende is om identiteit vast te stellen. De Marokkaanse autoriteiten werken mee aan het verstrekken van reisdocumenten en de staatssecretaris handelt voortvarend, onder meer door het voeren van een vertrekgesprek en het aanschrijven van de universiteit van eiser in Oekraïne. Het tijdsverloop tussen het niet kunnen verifiëren van vingerafdrukken en het versturen van een brief is gerechtvaardigd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een lichter middel toe te passen en constateert dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.