ECLI:NL:RBDHA:2023:20140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken duurzame band ingezetenschap Nederland
Eiser heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn zoon over het tweede kwartaal van 2022. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, wees de aanvraag af omdat eiser op de peildatum 1 april 2022 niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt. Eiser was sinds januari 2022 ingeschreven in de Basisregistratie Personen, maar woonde bij familie zonder een eigen woning en was niet werkzaam. Ook ontbrak een duurzame persoonlijke band met Nederland.
Eiser voerde aan dat hij de intentie had om te blijven, dat hij als woningzoekende stond ingeschreven en dat hij in 2016 al in Nederland had gewoond en gewerkt. Daarnaast ontving hij vanaf het eerste kwartaal van 2023 wel kinderbijslag. Verweerder stelde dat op de peildatum nog geen duurzame band bestond, waardoor geen recht op kinderbijslag kon worden toegekend.
De rechtbank bevestigde dat de intentie om te verblijven moet blijken uit feiten en omstandigheden, zoals het beschikken over duurzaam ter beschikking staande woonruimte en de duur van het verblijf. Omdat eiser geen eigen woning had en niet werkzaam was, ontbrak de vereiste duurzame band. Ook was er geen ruimte voor een belangenafweging vanwege het dwingendrechtelijke karakter van de Algemene Kinderbijslagwet.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop op 6 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij op 1 april 2022 niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt.