ECLI:NL:RBDHA:2023:20699
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser diende op 29 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris werd op 12 april 2023 een eerdere procedure gegrond verklaard en een beslistermijn van acht weken opgelegd. Ondanks deze termijn heeft de staatssecretaris nog geen besluit genomen, waarna eiser opnieuw beroep instelde.
De rechtbank overweegt dat eiser nog steeds belang heeft bij de procedure, ondanks berichtgeving dat hij met onbekende bestemming zou zijn vertrokken. De rechtbank stelt vast dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep tegen dit niet tijdig beslissen ontvankelijk en gegrond is.
Gezien de overschrijding van de maximale termijn van 21 maanden en het uitblijven van een besluit, stelt de rechtbank een nieuwe termijn van vier weken voor de staatssecretaris om alsnog te beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. De proceskosten van eiser worden vastgesteld op €418,50 en aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de staatssecretaris een termijn van vier weken en een dwangsom op voor het alsnog nemen van een besluit.