ECLI:NL:RBDHA:2023:20714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije onder Dublinverordening
Eiser diende op 27 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in, maar de staatssecretaris nam deze niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser op 22 mei 2023 al een asielverzoek in Bulgarije had ingediend en Bulgarije had het terugnameverzoek geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt, met verwijzing naar mishandeling, slechte opvangcondities, pushbacks, gebrek aan rechtsbijstand en medische zorg. Hij stelde dat de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer gerechtvaardigd is.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd in recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank vond geen concrete aanwijzingen dat eiser bij terugkeer naar Bulgarije een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
Ook de door eiser gestelde bijzondere afhankelijkheid van familie in Nederland werd niet als zodanig erkend dat dit een uitzondering op de overdracht rechtvaardigt. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de staatssecretaris de aanvraag niet hoefde te behandelen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid Bulgarije.