ECLI:NL:RVS:2023:3796
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 12 januari 2023 een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State beantwoordde de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije aan de hand van eerdere uitspraken en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. De voorzieningenrechter beoordeelde alleen de nog niet behandelde beroepsgronden.
De vreemdeling voerde aan dat hij in Bulgarije mishandeld was en niet veilig was, maar kon niet aannemelijk maken dat hij daartegen effectief had geklaagd of dat klagen zinloos was. Ook faalden zijn betogen over het niet-deelbare karakter van het vertrouwensbeginsel en de medische zorg in Bulgarije, mede op basis van het AIDA-rapport en zijn patiëntendossier. De Raad van State oordeelde dat er geen reëel risico op schending van mensenrechten bestaat en wees het beroep af.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.