Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 23 november 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou frustreren. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. Tijdens de zitting op 4 december 2023 werd vastgesteld dat eiser de gronden van bewaring niet betwistte.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn was, mede omdat zijn paspoort was verlopen en er geen identiteitskaart of visum beschikbaar was. De rechtbank oordeelde echter dat de recente hervatting van consulaire presentaties en de afgifte van een laissez-passer aan een andere vreemdeling voldoende zicht op uitzetting boden. Bovendien rust op eiser de plicht om actief mee te werken aan zijn uitzetting, wat hij niet had gedaan.
Daarnaast stelde eiser dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn, omdat hij zelfstandig zou kunnen vertrekken. De rechtbank vond dit onvoldoende, gezien het risico op ontduiking en zijn eerdere weigering om terug te keren naar Algerije.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.