ECLI:NL:RBDHA:2023:22214
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit CAK over maximale restitutieperiode eigen bijdrage Wlz wegens strijd met gelijkheidsbeginsel
Eiser, als erfgenaam van wijlen erflater, maakte bezwaar tegen het besluit van het CAK waarin de restitutie van te veel betaalde eigen bijdrage in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) werd beperkt tot een periode van 36 maanden. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat zowel personen die te veel als te weinig eigen bijdrage betaalden vanwege een onjuiste statusvermelding bij het CAK tot één vergelijkbare groep behoren.
De rechtbank oordeelde dat het Besluit langdurige zorg (Blz), zoals het gold ten tijde van het bestreden besluit, ongelijkheid veroorzaakte doordat het wel maatwerk mogelijk maakte bij naheffingen maar niet bij restituties. Dit leidde tot een ongelijke behandeling zonder redelijke en objectieve rechtvaardiging, in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank liet daarom de maximale restitutieperiode van 36 maanden buiten toepassing en stelde dat artikel 203 van Pro Boek 6 BW (onverschuldigde betaling) toepasselijk is. Het bestreden besluit werd vernietigd en het CAK werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het CAK veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het CAK opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.