Uitspraak
17.4218 AW
6 april 2018. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot [naam echtgenoot] . Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.G. Kerkhof, advocaat, en
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam bij de gemeente sinds 1993, werd geschorst en ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim nadat was vastgesteld dat zij zich onrechtmatig toegang had verschaft tot gemeentelijke computersystemen en mutaties had aangebracht in haar voordeel. Het college vorderde terugbetaling van 156 uren die appellante eigenmachtig had gemuteerd in het Interflex systeem.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering gegrond, maar het college herzag dit besluit en verklaarde de bezwaren opnieuw ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat zij de uren daadwerkelijk had gewerkt en dat het college onvoldoende bewijs had geleverd. De Raad oordeelde dat het niet aan het college is om te bewijzen dat appellante de uren niet heeft gewerkt, maar dat appellante aannemelijk moet maken dat zij deze uren wel heeft gewerkt. Dit is niet gelukt, waardoor de terugvordering terecht is.
Verder betwistte appellante de berekening van haar verlofuren en het zogenaamde rugzakje 2014. De Raad bevestigde dat het college de verlofrechten correct had berekend en dat de naar rato methode voor het rugzakje sinds 2008 wordt toegepast. De niet onderbouwde betwisting van appellante werd verworpen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Limburg. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van 156 uren en wijst het hoger beroep van appellante af.