ECLI:NL:RBDHA:2023:2728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam dit verzoek niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat Italië niet langer verantwoordelijk zou zijn op grond van artikel 13 van Pro de Dublinverordening, omdat hij twaalf maanden geleden Italië had verlaten en langer dan vijf maanden in andere lidstaten verbleef. Tevens stelde hij dat hij getuige was geweest van mensenhandel en dat hij vanwege medische problemen als kwetsbaar persoon moest worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het moment van het claimakkoord met Italië als peildatum geldt en dat dit binnen twaalf maanden na de illegale grensoverschrijding lag, waardoor Italië nog steeds verantwoordelijk is. De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook werd geoordeeld dat de circular letter van december 2022 en de medische stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel.
Verder stelde de rechtbank dat verweerder terecht geen individuele garanties hoefde te vragen aan Italië voor kwetsbare personen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering op de overdracht rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.