ECLI:NL:RBDHA:2023:2731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
De eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had op 19 juli 2022 een verzoek tot overname aan Italië gedaan, waarop Italië niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid vaststaat.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege de slechte opvang en asielprocedure in Italië, onderbouwd met een circular letter van december 2022, het AIDA Country Report en eerdere uitspraken. Ook stelde hij dat hij een zus in Nederland heeft en niemand in Italië, en beriep zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde informatie onvoldoende was om het besluit aan te tasten. Hoewel er moeilijkheden zijn in Italië, is er geen bewijs dat Dublinclaimanten geen toegang hebben tot asielprocedure of opvang. De tijdelijke opschorting van overdrachten aan Italië wordt als een feitelijk beletsel gezien, maar niet als reden om de aanvraag in Nederland te behandelen. De individuele omstandigheden van eiser, waaronder het hebben van een zus in Nederland, vormen geen reden voor een uitzondering.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.