De eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Italië had echter een circular letter uitgegeven waarin zij overdrachten opschortten vanwege ernstige opvangtekorten.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van opvangvoorzieningen in Italië geen tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel is, maar een structureel probleem dat de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in twijfel trekt. Verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de situatie en de duur van de opvangproblemen in Italië.
Daarom is het besluit niet zorgvuldig gemotiveerd en strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de Staatssecretaris op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.