ECLI:NL:RBDHA:2023:4892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië volgens Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 28 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser illegaal Italië was binnengekomen op 5 augustus 2022. Verweerder verzocht Italië om overname, maar Italië reageerde niet binnen de gestelde termijn, waardoor Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk bleef.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege een circular letter van december 2022 waarin Italië tijdelijke opschorting van overdrachten verzocht. Eiser stelde dat deze opschorting structureel was en niet in de Dublinverordening was verankerd, en dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Italië zich niet aan zijn internationale verplichtingen houdt of dat er fundamentele tekortkomingen zijn in het Italiaanse asielsysteem.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië werd bevestigd en de tijdelijke aard van het overdrachtsbeletsel werd onderkend. Ook het argument van een fictief claimakkoord maakte dit niet anders. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat verweerder niet hoeft aan te tonen dat het vertrouwensbeginsel nog geldt zolang eiser dit niet aannemelijk maakt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.