ECLI:NL:RVS:2018:2845
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens woningonttrekking voor toeristische verhuur in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €12.000 op wegens het onttrekken van een woning aan de woonbestemming door deze via Airbnb aan toeristen te verhuren. De woning werd op 8 en 19 januari 2015 gecontroleerd, waarbij toeristen werden aangetroffen die verklaarden de woning via Airbnb te hebben geboekt. Persoonlijke spullen ontbraken en er was informatie voor toeristen aanwezig met contactgegevens van appellant.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het college bevoegd was om de boete op te leggen, dat hij niet als medepleger kon worden aangemerkt en dat zijn huisrecht was geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college wel bevoegd was, appellant als medepleger moest worden beschouwd vanwege zijn rol als contactpersoon en sleutelbeheerder, en dat het huisrecht niet was geschonden omdat appellant niet woonachtig was op het adres tijdens controles.
Gezien de relatief beperkte rol van appellant werd de boete gematigd tot €3.000. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van het college, stelde de boete vast op €3.000 en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €12.000 naar €3.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.