ECLI:NL:RBDHA:2023:7521
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris om haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te trekken met ingang van 11 augustus 2019. Dit bezwaar werd door de staatssecretaris niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank bevestigt dat het bezwaar op 5 juli 2022 werd ingediend, terwijl de bezwaartermijn liep tot 6 november 2019.
Eiseres stelde dat het besluit niet aan haar was bekendgemaakt omdat het alleen naar haar oude adres was gestuurd. De rechtbank oordeelt dat het besluit correct is verzonden naar het laatst bekende adres volgens de wettelijke voorschriften. Eiseres had haar nieuwe adres niet tijdig doorgegeven, waardoor zij het risico heeft genomen dat het besluit haar niet tijdig bereikte.
De rechtbank wijst het beroep van eiseres af omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen aanleiding is voor een tijdelijke maatregel. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.