Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 15 december 2022 een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had reeds eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek getoetst en richt zich nu op de periode daarna.
Hoewel eiser zijn beroepsgronden te laat heeft ingediend, heeft de rechtbank deze toch betrokken bij de beoordeling. Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, mede omdat na een vertrekgesprek en een LP-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten geen verdere stappen waren genomen. De rechtbank oordeelde echter dat de voortvarendheid voldoende was, mede gelet op het tijdsverloop van slechts een maand.
Daarnaast stelde eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij bereid was zelfstandig Europa te verlaten. De rechtbank verwierp dit standpunt en verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was een lichter middel toe te passen. De ambtshalve toetsing bevestigde dat het voortduren van de maatregel rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het schadevergoedingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.