Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 15 december 2022 in vreemdelingenbewaring geplaatst in het kader van de Vreemdelingenwet 2000. Hij is op 24 februari 2023 overgeplaatst naar de Afdeling voor Beheersproblematische Gedetineerden (BPG) in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) Vught vanwege disciplinaire straffen opgelegd wegens agressie en geweld.
Eiser betoogt dat het niet duidelijk is waarom hij nog steeds in de P.I. Vught verblijft, dat de disciplinaire straf al was geëindigd en dat de Minister geen toestemming heeft gegeven voor de tenuitvoerlegging elders. Tevens stelt hij dat zijn verblijf vergelijkbaar is met een isoleercel en dat zijn rechten, zoals deelname aan de Ramadan, niet worden gerespecteerd.
De rechtbank oordeelt dat de disciplinaire straf op 12 februari 2023 is geëindigd met de overplaatsing naar de BPG-afdeling, waar eiser verblijft op een gewone kamer met eigen voorzieningen en een individueel regime. De BPG-afdeling wordt beschouwd als een speciale inrichting voor bewaring conform artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De stellingen van eiser over onrechtmatigheid en onvoldoende voortvarendheid van verweerder worden verworpen, mede omdat eiser niet meewerkt aan zijn presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring in de P.I. Vught wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.