Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juni 2023 in de zaken tussen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een onderneming die transportdiensten afneemt van charters, werd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beboet wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen en het niet voldoen aan administratieve verplichtingen uit de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank oordeelde dat eiseres als werkgever moet worden aangemerkt vanwege haar feitelijke bemoeienis en de frequente afname van transportdiensten. Verweerder had voldoende bewijs geleverd dat de betrokken chauffeurs arbeid voor eiseres verrichtten, ondanks dat niet alle gegevens in de administratie van eiseres voorkwamen.
Hoewel eiseres stelde dat zij niet alle stukken had ontvangen en dat zij geen gezagsverhouding met de chauffeurs had, verwierp de rechtbank deze verweren. De boete werd gematigd tot 75% van het boetenormbedrag, wat neerkomt op €216.000, vanwege jurisprudentie over de redelijkheid van de beleidsregel.
De rechtbank oordeelde verder dat de waarschuwing preventieve stillegging van werk terecht is opgelegd, gezien de ernst van de overtredingen waarbij meer dan 20 werkenden betrokken waren. De procedurele klachten over openbaarmaking en onschuldpresumptie werden verworpen. Eiseres kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen voor het beroep tegen de boete, maar niet voor het beroep tegen de waarschuwing.
Uitkomst: De rechtbank stelt de boete vast op €216.000 en verklaart het beroep tegen de waarschuwing ongegrond.