ECLI:NL:RBDHA:2023:9758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende op 30 oktober 2022 een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was en dat het terugnameverzoek te laat was gedaan, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren op basis van de juiste toepassing van de Vreemdelingenwet en de Dublinprocedure.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden aangenomen vanwege systeemfouten in Kroatië, waaronder pushbacks en onvoldoende bescherming van Dublinclaimanten. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan, waaronder het opvragen van informatie bij Kroatische autoriteiten die bevestigden dat Dublinclaimanten worden toegelaten tot de asielprocedure en dat hun rechten worden gerespecteerd.
De rechtbank nam het rechtsvermoeden aan dat lidstaten hun Unierechtelijke verplichtingen naleven, tenzij de vreemdeling dit aannemelijk maakt met objectieve informatie. Eiser slaagde hier niet in, mede omdat de aangevoerde informatie niet specifiek betrekking had op Dublinclaimanten. Ook eerdere pushbacks door eiser werden niet als voldoende zwaarwegend aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.