ECLI:NL:RVS:2017:446
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De vreemdeling meldde zich in augustus 2015 in Ter Apel met de wens een asielaanvraag in te dienen, maar deed dit formeel pas in april 2016. De staatssecretaris vroeg vervolgens de Franse autoriteiten om terugname op basis van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat het terugnameverzoek te laat was ingediend, waardoor Nederland verantwoordelijk werd voor de asielaanvraag.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de formele asielaanvraag pas in april 2016 was gedaan, waarmee het terugnameverzoek tijdig was ingediend. De Raad van State volgde dit standpunt en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De Raad overwoog dat de termijnen van de Dublinverordening starten bij de formele indiening van de aanvraag.
De vreemdeling voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals haar zwangerschap en binding met haar minderjarige zoon, toepassing van artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening rechtvaardigden. De Raad verwierp dit, omdat de echtgenoot geen familielid in de zin van artikel 16 is Pro en de zoon mee kan naar Frankrijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.