ECLI:NL:RBDHA:2024:10166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Kroatië
Eiser heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris heeft zijn aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De Kroatische autoriteiten hebben het terugnameverzoek geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn individuele omstandigheden en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië niet toepasbaar is vanwege zijn slechte ervaringen en informatie over misstanden. De rechtbank oordeelt dat het voornemen en het besluit voldoende gemotiveerd zijn en dat eiser in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze te geven.
De rechtbank bevestigt dat de staatssecretaris terecht mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen heeft geleverd dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De verklaringen van eiser betreffen vooral de eerste aankomst en niet de situatie als Dublinclaimant.
Verder is geoordeeld dat de slechte behandeling door Kroatische autoriteiten niet leidt tot bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken, tenzij sprake is van ernstige psychische klachten, wat hier niet is gesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag hoeft niet in behandeling te worden genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië bevestigd.