ECLI:NL:RBDHA:2024:10215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser is sinds 26 maart 2024 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris heeft de rechtbank geïnformeerd over het voortduren van deze maatregel, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser tegen de voortzetting.
De rechtbank heeft eerder op 9 april 2024 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode vanaf 8 april 2024. Eiser klaagt over het uitblijven van een laissez-passer en het niet doorgaan van een geplande presentatie bij de Gambiaanse autoriteiten, terwijl hij stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder meerdere rappels en vertrekgesprekken, en dat eiser niet is verschenen bij een geplande presentatie in Brussel. Dit leidt tot de conclusie dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn uitzetting. Er is geen zicht op het toepassen van een lichter middel en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.