ECLI:NL:RBDHA:2024:10535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, gebaseerd op Eurodac-gegevens en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Bulgarije heeft het verzoek tot terugname van de asielzoeker geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat Bulgarije structurele systeemfouten kent, waaronder onrechtmatige detentie en slechte opvangvoorzieningen, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarom niet kan gelden. Hij stelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan en het besluit onvoldoende gemotiveerd was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en onderbouwde aanwijzingen had geleverd om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank verwees naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU, waarin werd vastgesteld dat de situatie in Bulgarije niet zodanig ernstig is dat sprake is van fundamentele systeemfouten die een uitzondering rechtvaardigen. Eiser had ook niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij Bulgaarse autoriteiten zinloos is.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat er geen aanleiding was om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.