Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 1 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 19 september 2023 al een asielaanvraag in Bulgarije had ingediend. Bulgarije accepteerde het verzoek tot terugname op 24 januari 2024.
Eiser betoogde dat hij geen asielaanvraag in Bulgarije had gedaan en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing was vanwege slechte detentieomstandigheden en schendingen van zijn rechten aldaar. Hij verwees naar het AIDA-rapport en recente jurisprudentie. Verweerder voerde aan dat de registratie in Eurodac leidend is en dat Bulgarije verantwoordelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de registratie in Eurodac doorslaggevend is voor de verantwoordelijke lidstaat. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij eiser kan klagen over zijn behandeling in Bulgarije. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat overdracht aan Bulgarije leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De omstandigheden in Bulgarije rechtvaardigen geen uitzondering op de overdracht.
Ten aanzien van artikel 17 van Pro de Dublinverordening oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende beoordelingsruimte had en dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.