Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
.Ten aanzien van het zicht op uitzetting naar Algerije verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling van 6 mei 2024. [4] Hierin heeft de Afdeling geoordeeld dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije in het algemeen vanaf december 2023 niet (meer) ontbreekt, anders dan de gemachtigde stelt, leest de rechtbank deze uitspraak niet zo dat dit oordeel alleen betrekking heeft op gedocumenteerde vreemdelingen. De rechtbank gaat er vanuit dat het zicht op uitzetting op dit moment ook aanwezig is, voor ongedocumenteerde vreemdelingen zoals eiser.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.