ECLI:NL:RBDHA:2024:11907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De rechtbank heeft het beroep op 19 juli 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank overweegt dat het niet in geschil is dat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Uit eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt voor Kroatië en dat er geen aanwijzingen zijn voor pushbacks van Dublinclaimanten in Kroatië. De door eiser overgelegde stukken bieden geen aanleiding tot een andere conclusie.
Verder is het niet gebleken dat het onzorgvuldig is dat eiser eerder een overdrachtsbesluit ontving dan zijn gestelde familielid, aangezien niet is vastgesteld dat sprake is van een gezinslid in de zin van de Dublinverordening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vergoeding van proceskosten af. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.