ECLI:NL:RVS:2024:1786
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de staatssecretaris voor Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd in eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2023:3411). De vreemdeling heeft onvoldoende gemotiveerd waarom in zijn persoonlijke situatie hiervan zou moeten worden afgeweken. Daarom was het niet onredelijk dat de staatssecretaris de aanvraag niet in behandeling nam op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat het oordeel van de rechtbank wordt bevestigd. De Afdeling wijst het hoger beroep af en veroordeelt de staatssecretaris niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.