ECLI:NL:RBDHA:2024:12842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 14 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De minister had de aanvraag afgewezen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening.
Eiser stelde dat hij de uitnodigingen voor aanmeldgehoren niet correct had ontvangen en dat het voornemen onzorgvuldig was genomen. De rechtbank oordeelde dat uit het dossier blijkt dat eiser tweemaal niet is verschenen en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit buiten zijn schuld lag. Ook het voornemen was niet onzorgvuldig tot stand gekomen.
Verder voerde eiser aan dat hij in Bulgarije een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zou gelden. De rechtbank volgde dit niet en verwees naar recente jurisprudentie waarin het vertrouwen in Bulgarije werd bevestigd. Eiser had geen nieuwe feiten aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden.
Tot slot stelde eiser dat op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro zijn asielaanvraag in Nederland behandeld moest worden wegens bijzondere omstandigheden. De rechtbank vond dat de minister dit standpunt voldoende had gemotiveerd en dat de omstandigheden van eiser dit niet rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de asielaanvraag terecht buiten behandeling is gesteld, waardoor overdracht aan Bulgarije mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Bulgarije blijft in stand.