ECLI:NL:RBDHA:2024:12856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatië-verantwoordelijkheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening op 30 juli 2024 behandeld.
Eiser voerde aan dat hij in Kroatië slachtoffer was van pushbacks en mensonterende behandeling, onderbouwd met getuigenverklaringen en rapporten van ngo’s. Hij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing is en dat de minister zijn medewerkingsplicht niet is nagekomen. Tevens stelde hij dat hij als bijzonder kwetsbare persoon moet worden beschermd op grond van het Tarakhel-arrest.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat Kroatië structureel tekortschiet in de naleving van verdragsverplichtingen, zoals vereist voor het doorbreken van het vertrouwensbeginsel. Ook is onvoldoende gebleken dat eiser bijzonder kwetsbaar is in de zin van het Tarakhel-arrest. De minister heeft terecht geen gebruik gemaakt van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag buiten behandeling blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.